AQUON ondersteunt waterschappen bij emissiereductie
Een slakje tussen een sensor, een plotselinge hoosbui of een sensor die volledig onder het slib verdwijnt na baggerwerkzaamheden. Voor sensorspecialist Sander van Eijk van AQUON hoort het er allemaal bij. Samen met zijn collega’s zorgt hij ervoor dat waterschappen continu inzicht hebben in de waterkwaliteit, met behulp van sensoren die dag en nacht metingen uitvoeren in het veld. Een kijkje achter de schermen.
In glastuinbouwgebieden verandert de waterkwaliteit soms sneller dan je denkt. Een lozing van meststoffen, een lekkage van bestrijdingsmiddelen of een flinke regenbui kan direct invloed hebben op het oppervlaktewater. Daarom zet AQUON steeds vaker sensormonitoring in: slimme meetapparatuur die dag en nacht de waterkwaliteit in de gaten houdt.
Vooral in gebieden met veel glastuinbouw, zoals in het gebied van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK), is dat belangrijk. Om gewassen snel te laten groeien worden meststoffen en bestrijdingsmiddelen gebruikt. Restanten daarvan kunnen via lekkages of lozingen in het oppervlaktewater terechtkomen. Een teveel aan nitraat kan schadelijk zijn voor het watersysteem.
Meten, waarschuwen en direct handelen
Om de waterkwaliteit goed te volgen, combineert AQUON handmatige monstername met sensormonitoring. Een belangrijk hulpmiddel daarbij is de optische nitraatsensor. Deze sensor meet elke tien minuten de hoeveelheid nitraat in het water en stuurt de gegevens vrijwel realtime door naar een dashboard. Wanneer waarden boven een ingestelde drempel uitkomen, verschijnt direct een waarschuwing in een app. Handhavers van het waterschap kunnen vervolgens gericht op onderzoek uitgaan. Door stroomopwaarts metingen uit te voeren, proberen zij de bron van de vervuiling te achterhalen.
Geen dag hetzelfde
Om de continue monitoring betrouwbaar te houden, zijn de sensorspecialisten van AQUON dagelijks bezig met controles, onderhoud en veldwerk. En dat brengt telkens nieuwe situaties met zich mee.
Het werk van een sensorveldwerker speelt zich deels af achter het scherm en deels buiten in het veld. Op kantoor controleren specialisten dagelijks of sensoren nog goed data versturen. Afwijkende meetwaarden worden eerst vergeleken met bijvoorbeeld weersgegevens. Is er geen logische verklaring, dan wordt een controle in het veld ingepland.
Daarnaast voeren veldwerkers regelmatig onderhoud uit aan de sensoren. Dat kan wekelijks, maandelijks of halfjaarlijks zijn, afhankelijk van de locatie en het type sensor. Tijdens zo’n controle worden metingen gevalideerd met veld- of laboratoriummetingen om zeker te weten dat de data betrouwbaar blijft.
Maar sensormonitoring in het veld brengt ook de nodige uitdagingen met zich mee. “Elke locatie is anders,” vertelt Sander. “Je zoekt continu de balans tussen goede bereikbaarheid, veilige werkomstandigheden en een representatieve meetplek. Geen enkele locatie is hetzelfde.”
Slakken, kreeften en modder
Dat de natuur zich niet altijd laat sturen, merkt Sander regelmatig. “Een slakje tussen de optische sensoren kan al invloed hebben op een meting. Of een kreeft die in de beschermkap kruipt waardoor de wisser vastloopt. Soms raken sensoren volledig bedekt onder slib na baggerwerkzaamheden, of verandert het waterpeil ineens sterk door een flinke regenbui.”
Ook vandalisme speelt soms mee. Omdat sensoren langdurig in het veld hangen, moeten locaties niet alleen technisch goed werken, maar ook bestand zijn tegen beschadiging of sabotage.
Juist daarom blijft menselijk toezicht belangrijk. Tijdens onderhoud kijken veldwerkers niet alleen naar de techniek, maar ook naar de omgeving. Is de locatie nog representatief voor het waterlichaam? Stroming, begroeiing of veranderingen in de omgeving kunnen namelijk invloed hebben op de kwaliteit van de metingen.
Meer inzicht leidt tot nieuwe vragen
Hoewel sensormonitoring steeds belangrijker wordt, ziet sensorspecialist Sander van Eijk het niet als vervanging van traditionele monstername. Integendeel. Volgens hem zit de kracht vooral in de combinatie van technieken.
“Sensoren leveren ontzettend veel extra data op. Daardoor krijgen we sneller inzicht in veranderingen in de waterkwaliteit, maar ontstaan ook weer nieuwe onderzoeksvragen. Juist doordat AQUON sensormonitoring, monstername en laboratoriumonderzoek combineert, kunnen we veel gerichter onderzoeken wat er precies in het water gebeurt. Denk aan extra monsters, eDNA-onderzoek of aanvullende analyses vanuit het lab. Sensoring is daarmee geen vervanging van het bestaande meetnet, maar een waardevolle aanvulling die helpt om waterkwaliteit beter te begrijpen.”






